Door Erik op vrijdag, 02 oktober 2026
Categorie: Fictie

De man die alles kon – deel 2. Victor ontdekt zijn verborgen talenten

De ochtend na het incident met de waterleiding werd Victor wakker met een plan.

Niet zomaar een plan.

Een groots plan.

Hij ging eindelijk iets doen waar hij volgens hem altijd al voor geboren was.

Hij ging ondernemer worden.

Marianne zat aan de ontbijttafel.

"Wat ga je vandaag doen?"

Victor legde zijn boterham neer.

"Ik begin een bedrijf."

Marianne keek hem aan.

"Wat voor bedrijf?"

"Een veelzijdig bedrijf."

"Wat betekent dat?"

"Alles."

"Alles?"

"Alles waar mensen geld voor willen betalen."

Thomas keek vanachter zijn telefoon op.

"Kun je ook iets waar je goed in bent?"

Victor dacht na.

"Dat is niet relevant voor ondernemerschap."

Hoofdstuk 1 – Victor de bakker

Victor begon met brood.

Hij had ergens gelezen dat ambachtelijk brood populair was.

Dus kocht hij een oven.

Geen gewone oven.

Een professionele oven.

Hij zette hem in de keuken.

Daarna kocht hij meel.

Heel veel meel.

Toen gist.

Toen verschillende soorten zaden.

Toen een houten broodplank.

En tenslotte een bakkersmuts.

Marianne kwam thuis en zag Victor in de keuken.

"Wat doe je?"

"Ik bak brood."

"Kun je dat?"

"Dat gaan we straks ontdekken."

Hij maakte een deeg.

Het deeg werd groter.

Nog groter.

En nog groter.

Een uur later zat het deeg tegen het plafond.

"Victor!"

"Rustig."

"Het deeg komt uit de kom!"

"Dat is een goed teken."

"Het zit op de lamp!"

"Dat betekent dat de gist actief is."

Toen begon het deeg langzaam over de vloer te kruipen.

Sofie kwam binnen.

"Papa..."

"Ja?"

"Waarom beweegt je brood?"

Victor keek naar het deeg.

"Dat is mijn nieuwe recept."

"Hoe heet het?"

Victor dacht even na.

"De levende bol."

Hoofdstuk 2 – Victor de kok

De bakkerij werd geen succes.

Dus besloot Victor kok te worden.

Hij schreef een menu.

Restaurant Victor – eten zoals mama het vroeger niet maakte.

Op het menu stonden:

De eerste klant was buurman Jos.

Hij bestelde de kip.

Victor kwam twintig minuten later uit de keuken.

"Uw kip."

Jos keek naar zijn bord.

Er lag één kippenpoot op.

"Is dat alles?"

"Nee."

"Waar is de rest?"

"Die zit nog in de oven."

"Wanneer komt die?"

Victor keek naar de klok.

"Als hij klaar is."

Jos wachtte.

Na anderhalf uur kwam Victor terug.

"Goed nieuws!"

"Ja?"

"De kip is klaar."

"Mooi."

"Maar ik heb hem per ongeluk opgegeten."

Hoofdstuk 3 – Victor de begrafenisondernemer

Na het culinaire debacle besloot Victor dat de voedingssector niets voor hem was.

Hij wilde iets rustigers.

Hij zag een advertentie voor een opleiding tot uitvaartbegeleider.

"Dat lijkt me iets voor mij," zei hij.

Marianne verslikte zich bijna in haar koffie.

"Waarom?"

"Je moet organiseren."

"Ja."

"Je moet mensen geruststellen."

"Ja."

"Je moet met allerlei mensen kunnen omgaan."

"Ja."

"En er is weinig kans dat iemand midden in de nacht belt omdat zijn grafsteen lekt."

Marianne zweeg.

"Dat laatste," zei ze uiteindelijk, "is inderdaad een voordeel."

Victor kocht een zwart pak.

Een zwarte das.

Een zwarte auto.

En een map.

Na drie dagen had hij een probleem.

Hij kon namelijk geen afscheid nemen.

Van niets.

Hij had zelfs moeite om een oude kapotte stoel weg te gooien.

"Deze stoel heeft ons gezin jarenlang gediend."

"Victor, hij heeft drie poten."

"Dat maakt hem juist bijzonder."

Zijn carrière als begrafenisondernemer eindigde toen hij tijdens een uitvaart zei:

"Mijn oprechte deelneming."

De familie bedankte hem.

Victor knikte.

"En mocht u nog iemand nodig hebben voor de catering..."

Hoofdstuk 4 – Victor de piloot

Een maand later stond Victor in de tuin met een drone.

Hij keek naar het toestel.

"Ik denk dat ik piloot moet worden."

Thomas keek op.

"Papa, dat is een drone."

"Alle piloten beginnen ergens."

"Maar je zit er niet in."

"Nog niet."

Victor schreef zich in voor een vliegopleiding.

Zijn instructeur vroeg:

"Heb je ervaring?"

"Ja."

"Waarmee?"

"Ik heb ooit een drone gevlogen."

"Hoe ging dat?"

Victor keek naar de grond.

"Die is nog steeds ergens."

"Waar?"

"Dat is onderdeel van de navigatie."

Hoofdstuk 5 – Victor de dierenarts

Toen het vliegen niet lukte, ontdekte Victor zijn volgende roeping.

Dieren.

"Ik hou van dieren."

Marianne knikte.

"Dat klopt."

"Ik word dierenarts."

"Je hebt geen opleiding."

"Ik heb Google."

Dat bleek geen geldig diploma.

Toch begon Victor thuis dieren te behandelen.

De kat van de buurvrouw kwam met een splinter in zijn poot.

Victor onderzocht hem.

"Geen probleem."

Hij pakte zijn gereedschapskist.

Marianne zag wat hij van plan was.

"Victor..."

"Wat?"

"Dat is een tang."

"Ja."

"En dat is een schroevendraaier."

"Ja."

"Waarom ligt er een waterpas naast?"

Victor keek naar de instrumenten.

"Ik wil zeker weten dat de kat recht staat."

De kat keek Victor aan.

Toen Marianne.

Toen de voordeur.

En besloot op eigen kracht te vertrekken.

Hoofdstuk 6 – Victor de politieagent

Op een dag reed er een politieauto door de straat.

Victor keek ernaar.

"Dat kan ik ook."

Marianne legde haar krant neer.

"Nee."

"Waarom niet?"

"Je bent te vriendelijk."

"Ik kan streng zijn."

"Nee."

"Jawel."

"Victor, vorige week bood je een inbreker koffie aan omdat hij volgens jou 'een moeilijke nacht had'."

"Dat was empathie."

"Dat was een inbreker."

"Ook mensen maken fouten."

Hoofdstuk 7 – De uitvinder

Maar Victor gaf niet op.

Hij ontdekte zijn ware roeping.

Uitvinden.

Hij zou iets maken dat de wereld zou veranderen.

Hij werkte wekenlang in de garage.

Niemand mocht weten wat hij bouwde.

Op een zondagavond kwam hij binnen met een groot doek.

"Familie!"

Iedereen ging zitten.

Victor trok het doek weg.

Daar stond een vreemd apparaat.

Het had:

Sofie keek ernaar.

"Wat is het?"

Victor glimlachte.

"Een automatische huishoudelijke assistent."

Marianne wees naar het apparaat.

"Wat doet het?"

Victor drukte op een knop.

Het apparaat begon te bewegen.

Eerst langzaam.

Toen sneller.

Toen schoot het door de woonkamer.

Het nam een stoel mee.

Daarna een gordijn.

Daarna de plant.

Toen verdween het door de voordeur.

Iedereen keek naar buiten.

Het apparaat reed de straat op.

Een minuut later klonk er een enorme klap.

Victor keek tevreden.

"Het werkt."

Marianne keek hem aan.

"Wat werkt?"

Victor haalde zijn schouders op.

"Dat weet ik nog niet."

Hoofdstuk 8 – De burgemeester

De volgende ochtend stond Victor op met een nieuw idee.

Hij wilde burgemeester worden.

"Waarom?" vroeg Marianne.

"Ik heb inmiddels ervaring met alles."

"Maar je hebt niets goed gedaan."

"Dat is juist politieke ervaring."

Marianne keek hem lang aan.

"Victor..."

"Ja?"

"Je weet toch dat je daarvoor verkozen moet worden?"

Victor glimlachte.

"Daar heb ik over nagedacht."

Hij haalde een doos uit de garage.

Er stonden verkiezingsfolders in.

VICTOR – HIJ KAN HET!

Daaronder stond:

WAARSCHIJNLIJK.

Marianne pakte een folder.

"Wat zijn je verkiezingsbeloftes?"

Victor somde ze op.

"Nieuwe wegen."

"Goed."

"Meer parkeerplaatsen."

"Goed."

"Een zwembad."

"Goed."

"Een pretpark."

"Victor..."

"Een luchthaven."

"Nee."

"En een ondergrondse monorail."

"Waarom?"

"Dat weet ik nog niet."

"En hoe ga je dat betalen?"

Victor keek haar aan.

"Dat is een detail."

Hoofdstuk 9 – De grote familievergadering

Die avond zat het hele gezin rond de tafel.

Marianne keek naar haar man.

"Victor."

"Ja?"

"Je hebt geprobeerd bakker te worden."

"Ja."

"Kok."

"Ja."

"Begrafenisondernemer."

"Ja."

"Piloot."

"Ja."

"Dierenarts."

"Ja."

"Politieagent."

"Bijna."

"Uitvinder."

"Succesvol."

"Je uitvinding ligt in de tuin."

"Dat is het prototype."

"Het heeft de buurman zijn tuinhuis meegenomen."

Victor keek trots.

"Mobiliteit."

Thomas zuchtte.

"Papa, wat wil je nu eigenlijk worden?"

Victor werd stil.

Voor het eerst sinds lange tijd had hij geen antwoord.

Hij keek naar Marianne.

Naar Thomas.

Naar Sofie.

En vervolgens naar het huis.

Het huis met de halve badkamer.

De grijze woonkamer.

De lekkende tuin.

De scheve trap.

De auto zonder onderdelen.

De vreemde machine in de tuin.

Hij glimlachte.

"Eigenlijk..."

Hij pauzeerde.

"...wil ik gewoon jullie man en vader blijven."

Marianne glimlachte.

"Dat ben je al."

Victor keek opgelucht.

"Mooi."

Hij stond op.

"Dan ga ik iets doen wat ik al heel lang niet meer heb gedaan."

"Wat?"

"Ik ga niets repareren."

Iedereen keek elkaar aan.

Een wonder.

Een historisch moment.

Victor liep naar de zetel.

Hij ging zitten.

Zonder gereedschap.

Zonder plan.

Zonder schroevendraaier.

Zonder bouwhelm.

Hij zette de televisie aan.

Vijf minuten later stond hij weer op.

Marianne keek hem geschrokken aan.

"Wat ga je doen?"

Victor liep naar de garage.

"Ik heb een idee."

"NEE!"

Te laat.

De garagedeur ging open.

Victor kwam terug met een oude grasmaaier.

Hij keek naar zijn gezin.

"Ik denk dat ik weet waarom die nooit goed gewerkt heeft."

Thomas sloeg zijn handen voor zijn gezicht.

Sofie verdween naar boven.

Marianne begon te lachen.

Victor startte de motor.

BRRRRRRRRRR...

De grasmaaier schoot vooruit.

Dwars door de heg.

Over het terras.

Door de vijver.

En eindigde tegen het schuurtje.

Victor stond erbij met een grote glimlach.

"Zie je?"

Marianne keek naar de ravage.

"Wat?"

"Nu weet ik tenminste waar het probleem zit."

"Waar dan?"

Victor wees naar de grasmaaier.

"Bij de grasmaaier."

Marianne schudde haar hoofd.

"Kom hier, gekke man."

Victor liep naar haar toe.

Ze gaf hem een kus.

"Je bent hopeloos."

Victor glimlachte.

"Maar wel veelzijdig."

Achter hen begon het automatische huishoudapparaat opnieuw te rijden.

De kat sprong uit de tuin.

De deurbel begon te rinkelen.

Er kwam water uit de badkamer.

En ergens op het dak viel een dakpan naar beneden.

KRAK!

Victor keek omhoog.

"Dat dak..."

Marianne greep hem bij zijn arm.

"NIET AANRAKEN."

Victor zuchtte.

"Maar ik weet wat het probleem is."

"Wat dan?"

Victor keek haar ernstig aan.

"Er ligt een dakpan op de grond."

Marianne lachte.

En voor het eerst in jaren liet Victor het probleem gewoon liggen.

Nou ja...

Tot de volgende ochtend.

Toen had hij namelijk een nieuw idee.

Hij zou imker worden.